Bewegen en gezondheid

Waarom noemen we bewegen én gezondheid.

Een kind dat aan het begin van zijn leven staat, ontwikkelt zijn vele lichamelijke functies. Door verschillende oorzaken kan het voorkomen dat een kind zijn belangrijke lichamelijke functies onbewust erg éénzijdig beoefent/gebruikt.

Op deze praktijk wordt het kind behandeld vanuit de het feit en de ervaring dat een kind zich optimaal kan en gaat ontwikkelen als er voldoende voorwaarden voor lichamelijke ontwikkeling aanwezig zijn. Door de intensieve ontwikkeling die een jong mens(ekind) doormaakt en het unieke evenwicht waarin een lichaam opgroeit, is het belangrijk om de voorwaarden van het bewegen op te bouwen. Dit levert een basis waarop ieder kind kan bouwen. Ieder kind heeft tenslotte baat bij een optimale spieropbouw die uitgaat van de natuurlijke en individuele mogelijkheden van een kind zelf.

Spieren hebben een drietal functies waarvan de stabiliserende én de dynamische spierfunctie de 2 belangrijkste functies zijn. Deze 2 spierfuncties zijn beide belangrijk, waarbij de stabiliserende een voorwaardelijke rol speelt om:

  1. Optimale samenwerking tussen spiergroepen te helpen ontwikkelen,
  2. Versteviging van de botstructuur te ontwikkelen, en
  3. Reserve-energie te ontwikkelen binnen de spierstructuur waardoor de (hart)longfunctie zich optimaal kan ontwikkelen en andere organen zich vervolgens kunnen ontwikkelen.

Hyperactieve of beweeglijke kinderen.

Als een kind veel dynamisch actief is, kan dit de motoriek en spier(bot)structuur éénzijdig stimuleren. Dit kan tot gevolg hebben dat er gewenning optreedt bij een voortdurende dynamiek die het evenwicht verstoort. Gewenning aan dit dynamisch bewegen kan belemmerend werken voor de ontwikkeling van andere lichaamsstructuren.

Vanuit een overdaad aan deze motoriek blijft een kind vaak erg onrustig en het kan dan moeilijk controle, rust en concentratie voelen, het overschat zichzelf dan vaak.

Bij onvoldoende spierstabiliteit is het voor een kind meestal erg moeilijk motorische vaardigheden te ontwikkelen, het kind blijft dan steeds tegen z’n onvermogen ‘aanlopen’. Met onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen als gevolg.

Bewegen is prima voor een kind, maar ‘mag/kan’ soms zeker niet alleen een doel op zich zijn.